Op zaterdag 11 oktober 1997 heeft de Internationale Beweging 'Wij Zijn Kerk' na een gebedsdienst op het plein vóór de basiliek van de Heilige Paulus buiten de Muren - de basiliek zelf was voor een gebedsdienst verboden - de volgende brief aangeboden aan de Bronzen Poort van het Vaticaan op het Sint. Pietersplein in Rome. De brief is overhandigd aan een medewerker van kardinaal Sodano die liet weten dat het schrijven nog diezelfde middag aan de paus ter hand gesteld zou worden.

 

Boodschap aan broeder paus Johannes Paulus II

Rome, 11 oktober 1997

Beste Broeder Paus,

Uit zestien landen zijn vandaag - op de 35e verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie - in Rome vertegenwoordigers, vrouwen en mannen, van de Internationale Beweging 'Wij zijn kerk' (International Movement 'We Are Church', IMWAC) bijeengekomen. Wij hebben u dit reeds enkele maanden geleden aangekondigd. Wij zouden graag met u een persoonlijk gesprek hebben gevoerd en met u hebben gebeden. Want als deel van het door de geschiedenis trekkende volk van God hadden wij gehoopt dat u in de kerk, zoals het concilie haar beschrijft, de open dialoog, als tussen zusters en broeders, zou bepleiten en daartoe ook zelf bereid zou zijn. De noodzaak ervan wordt in de hele rooms-katholieke kerk steeds dringender ervaren. Wat onszelf betreft, wij voelen ons met name door één verlangen bezield: ondanks onze grenzen, ons er voor in te zetten het evangelie van Jezus trouw te zijn om het in de wereld van vandaag te kunnen verkondigen. Aangezien u echter, helaas, ons verlangen naar een persoonlijk gesprek en een gemeenschappelijk gebed niet deelt, brengen nu de vertegenwoordigers, vrouwen en mannen, uit de zestien landen u langs deze schriftelijke weg een zusterlijke en broederlijke groet over.

Een eerste blik op onze kerk zou ons gerust kunnen stellen: ook in onze tijd brengt zij wereldwijd grootse dingen tot stand, in godsdienstig en sociaal opzicht, door haar opkomen voor de mensenrechten en haar dienst aan de verwijzing naar de transcendentie van de mens. En ook het onoverzienbare aantal leden en indrukwekkende cultuurmonumenten zou ons tevreden kunnen stemmen.

Een tweede blik op onze kerk brengt bij ons echter ook diepe zorg en droefheid. Want het aanzien van de kerk bij de mensen en daarmee haar morele kracht, om hen geestelijk te sturen en te leiden, nemen in zorgwekkende omvang af. En dit vooral hierom, omdat onze kerk zich in menig opzicht niet aan haar eigen princiepen die zij aan het evangelie ontleent, houdt:
De houding van Jezus om zijn volgelingen niet meer dienstknechten maar vrienden te noemen (vgl. Joh 15,15), en zijn ondubbelzinnige opdracht om niet te heersen maar te dienen (vgl. Mc 10,43v), staan lijnrecht tegenover de voor dialoog vijandige structuren en de tegenwoordig in de kerk overheersende wijze van ambtsuitoefening; deze sluiten namelijk het kerkvolk van meebeslissen (bijv. bij bisschopsbenoemingen) verregaand uit.
Tegenover de bevrijdende omgang van Jezus met vrouwen en zijn hartverwarmende nalatenschap dat het niet meer een kwestie is van man of vrouw maar dat allen 'één' in Christus Jezus (Gal 3,28) zijn, staan de uitsluiting van vrouwen uit alle kerkelijke wijdingsambten en de daarmee gepaard gaande discriminatie van mensen, uitsluitend op grond van hun geslacht.
Tegenover Jezus' zorgzaam bijeenbrengen van mensen tot een levende gemeenschap staat het gevaar voor de zielzorg in vele parochies: over enige tijd hebben deze geen priester ter plekke. en dat alleen omdat de kerk zelf door een niet bijbels te funderen verenging van de toelating voor het priesterschap tot ongehuwd levende mannen, talrijke mensen verhindert hun roeping tot het priesterschap te kunnen beleven (bijv. gehuwde mannen, vrouwen).
Tegenover de onbegrensde liefdesverklaring van God aan alle mensen in al zijn geestelijke, psychische en lichamelijke dimensies (vgl. Gen 1,31) staat de in de traditie gegroeide en nog steeds aanwezig negatieve visie van de kerkelijke moraalleer inzake seksualiteit. Deze leidt bijvoorbeeld bij de vraag naar anticonceptie voor vele gelovigen tot onleefbare consequenties, ook na diepgaand en verantwoord gewetensonderzoek.
En tenslotte staat tegenover de bijzondere toewijding van Jezus voor de uitgeslotenen en gemarginaliseerden van de maatschappij maar ook voor de zondaars en allen die aan het leven lijden, de vaak onbarmhartig uitwerkende strengheid van het kerkelijk wetboek en van zijn strafvoltrekking; zodoende wordt herhaaldelijk zo weinig van de vergevende en oprichtende liefde van God merkbaar (bijv. door de algemene uitsluiting van gescheiden mensen die opnieuw gehuwd zijn, wat betreft het ontvangen van de sacramenten).

Uit hartstochtelijke bezorgdheid voor dit dreigend verlies van geloofwaardigheid van onze kerk is het 'Kirchenvolks-Begehren' ontstaan met haar aanspraak op
- de opbouw van een kerk van broeders en zusters en van meer inspraak en medebeslissing van het kerkvolk,
- de volledig gelijke rechten voor vrouwen en haar toelating tot alle wijdingsambten,
- de vrije keuze tussen celibataire en niet-celibataire levenswijze voor priesters,
- een principieel positieve waardering van de seksualiteit en het respecteren van een verantwoorde, maar van het kerkelijke leerambt afwijkende gewetensbeslissing,
- meer een boodschap van vreugde dan van bedreiging, vooral ten aanzien van mensen in moeilijke omstandigheden.
Hiermee wil de beweging van het 'Kirchenvolks-Begehren' ('Kerk Hardop') onze kerk herinneren aan haar oereigen opdracht om net als Jezus zelf de goedheid en mensenliefde van God (vgl. Tit 3,4) aan de mensen te doen ervaren.

Miljoenen mensen over heel de wereld hebben door hun handtekening onder het 'Kirchenvolks-Begehren', maar ook in talrijke acties en gesprekken en niet op de laatste plaats door hun vieren en bidden, uitdrukking gegeven aan deze bezorgde kreet uit het kerkvolk. Zij weten dat zij daarbij in grote mate overeenstemmen met die besluiten van synoden en diocesane beraden die dezelfde wensen tot inhoud hebben. En niet op de laatste plaats uiten ook steeds meer bisschoppen hun zorgen om de toekomst van onze kerk en komen op voor een verandering van haar structuren. Zij allen, die door een grote liefde tot de kerk en door een fundamentele loyaliteit aan het kerkelijk ambt worden gedragen, verzoeken u en de anderen die verantwoordelijkheid dragen in de kerk, over de eerder genoemden onderwerpen openlijk te spreken en de eerste stappen tot hervormingen in te leiden.

Niet overal waren de handtekeningen zo talrijk als in Midden Europa. Want het 'Kirchenvolks-Begehren' heeft, gezien de uiteenlopende verhoudingen die in de verschillende landen heersen, ook verschillende ontwikkelingen gehad. Maar in al deze landen - en zeker ook in al die landen die nog gaan volgen - bestaan er zeer gelijkluidende, dringende wensen richting kerkleiding tot verandering van dat als bijzonder pijnlijk ervaren deel van de kerkelijke structuren. De resultaten van de onderzoeken die in Duitsland, Spanje, Ierland, de Verenigde Staten, Italië, Polen en op de Filippijnen gehouden zijn door Andrew Greely (University of Chicago) en Michael Hout (University of California, Berkeley), bevestigen ons bij deze inschatting. Wij voegen deze resultaten die wij dezer dagen ook publiceren, aan dit schrijven bij.

Heden vieren wij dus de 35e verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie. Dit concilie heeft de katholieke vrouwen en mannen in hun mondigheid - op grond van doop en vormsel - blijvend versterkt. Met menings- en discussieverboden, met verdringen en lijdelijk ondergaan laten zij zich daarom niet meer tot zwijgen brengen of in hun verantwoordelijkheid voor de kerk belemmeren. De leiding van de kerk zou in deze gegroeide mondigheid veeleer de kans tot een constructief samenzijn moeten ontdekken om gezamenlijk aan de toekomst van onze kerk te bouwen. Want alleen een kerk die voor innerlijke kracht en geloofwaardigheid strijdt, kan ook aan haar opdracht voldoen de mensen en de wereld te dienen.

U schrijft in Tertio millennio adveniente onder andere: 'Het erkennen van zwakheden uit het verleden is een daad van oprechtheid en moed, die ons geloof helpt versterken, die ons de bekoringen en moeilijkheden van deze tijd doet opmerken, en die ons erop voorbereidt daaraan het hoofd te bieden.'(nr 33) Ook deze woorden hebben ons op onze weg bemoedigd. Het komt ons inderdaad onbegrijpelijk voor, wanneer - na een zo duidelijke verkondiging van de noodzaak van een voortdurende hervorming van onze kerk - de deuren voor diegenen onder katholieke vrouwen en mannen op slot worden gedaan, die eisen dat heden een rijpere dialoog wordt geopend zodat de fouten van gisteren niet worden herhaald.

Door dit geloof en deze hoop bezield, groeten wij u zeer hartelijk in naam van de Internationale Beweging 'Wij zijn kerk' en van de miljoenen mensen die zich met dit verlangen dat wij u overbrengen, verbonden weten.

Met broederlijke en zusterlijke groeten

(Handtekeningen van het vierhoofdig coördinatieteam)

w.g.
Maureen Fiedler - Luigi De Paoli - Thomas Plankensteiner - Elfriede Harth